Structuur van de algemene lessenAlle lessen beginnen en eindigen met formele etiquette (reigi) hetgeen dient om de trainingservaring binnen de grenzen van aandacht, vertrouwen en eerbied te houden. Dit zijn de essentiële ingrediënten voor het creëren van een atmosfeer binnen de dojo waar de beoefenaars elkaar op een veilige manier onder druk kunnen zetten zonder verlies van controle en zonder dat de training vervalt in competitie. De basisstructuur van een Aikidoles is over het algemeen als volgt:
De opwarming bestaat uit een reeks oefeningen voor het rekken en strekken van spieren en pezen en een reeks bewegingen waarbij de nadruk ligt op het 'openstellen' en het 'vrijmaken' van het lichaam (gewrichten, spieren), alswel op de aandacht voor het gevoel (bewustzijnsbevordering). Bij het oefenen met vallen gaat het erom ons te ontdoen van onze vrees òm te vallen en leren gecentreerd te blijven zelfs als wij fysiek ons evenwicht verliezen. Dit is een essentiële vaardigheid in Aikido aangezien de praktijk ons leert dat wanneer wij ons evenwicht verliezen wij geneigd zijn om als een reflex te verstijven ten einde een potentieel schadelijke valpartij te voorkomen. Dit lijkt in eerste instantie een volledig natuurlijke reactie, echter, juist op het ogenblik dat we te maken krijgen met een destabiliserende kracht die ons evenwicht dreigt te verstoren blokkeert stijfheid ons vermogen om adequaat te kunnen reageren. Dit is hetzelfde als het leren surfen op een golf. De golf dreigt ons te overweldigen en weerstand of het verstijven verzekert ons alleen maar van een harde ontmoeting met het water. Het werken 'met' de golf doet ons evenwicht weliswaar 'verliezen' maar door gecentreerd te blijven kunnen we de golf 'berijden' zonder ons ertegen te verzetten. De kracht van de golf wordt onze rit naar de kust. In Aikido is dit precies hetzelfde: wij 'ontvangen' en 'gaan mee' met de aanvallen of de technieken van onze partner en zodoende trainen we onze capaciteit om op een gecentreerde en weerstandloze wijze aan te sluiten bij de ervaring zelf. Het oefenen van technieken vormt de kern van elke les. Het model voor de training in technieken is als een rituele afspraak (kata). Dit is een traditioneel Japanse vorm waarbij de rollen van de aanvaller (nage) en verdediger (uke) vast staan. Op basisniveaus wordt bovendien de techniek zelf ook vooraf beslist. Partners oefenen door beurtelings zowel nage als uke te zijn. De aanval vindt plaats binnen de reikweidte van uke die daardoor kan reageren en absorberen. Uke voert een techniek uit waarvan de doeltreffendheid afhangt van de 'niet defensieve wijze' waarop deze aansluit bij de aanval. De energie van de aanval is geharmoniseerd met, samengevoegd en teruggegeven aan nage in de vorm van de specifieke techniek die wordt geoefend. Het is nu nage's beurt om te oefenen met 'geenweerstand' (het vallen) aangezien met de techniek meegaan uitmondt in een projectie (worp) of een immobilisatie op de vloer (neerdrukken in het geval van lege hand technieken). De praktijk van geritualiseerde 'aanval en verdediging' is dus eigenlijk een training om 'de golven te leren surfen' door zich open te stellen voor 'geen-weerstand' als strategie tijdens een treffen. De aanval (yang) wordt geabsorbeerd (yin) door uke en aan nage door middel van een techniek teruggegeven (yang) die deze nu door 'het vallen' absorbeert (yin). Hetzij aanvallend dan wel verdedigend, het belangrijkste in de training is het treffen zonder weerstand, heen en weer vloeiend tussen yin (ontvankelijk) en yang (projecterend). Het trainen met wapens (bukiwaza) en lege hand technieken (taijutsu) kan gescheiden in aparte lessen plaatsvinden of kan worden geïntergreerd in één en dezelfde sessie.
|